Een onvoorwaardelijke ode aan de onvoorwaardelijkheid
Kataplectische
remming
Mijn
ogen spuwen vuur uit in mijn taal van emoties
Alles beschrijfbaar en rechtuit
kraken harten tot erupties
De
vulkaan in mij woekert
en ik wil, maar het artificiële
rukt en scheurt en hindert
en maakt van mij een instabiel
fragiele
en ik wil, maar het artificiële
rukt en scheurt en hindert
en maakt van mij een instabiel
fragiele
Mijn
gekte toon ik graag
Zie hoe ik lijd vanwege het feit
dat ik mij beschilder met een laag
die mij met euforie bestrijdt.
Zie hoe ik lijd vanwege het feit
dat ik mij beschilder met een laag
die mij met euforie bestrijdt.
De
waanzin van het detail
‘De
kunst is compromisloos’, aldus
Sam Dillemans. De
kunst kan niet van vluchten spreken. Het is de mens die vlucht. Een
vlucht naar de alledaagsheid, stommiteiten, filosofische zootjes, een
voorwaardelijke
verstandhouding met eender waarmee de mens in aanraking komt. We doen
er alles aan om uit die vlucht profijt te halen wat voor de meesten
zich dan vertaalt in het zogenaamde geluk. We handelen voorwaardelijk
door de angst om dat geluk te verliezen. Dan
zeg ik je, spits je oren en luister naar wat Houellebecq te zeggen
heeft over dat geluk: ‘Wees
niet bang voor het geluk. Het bestaat toch niet.’
Waarom dan nog bang zijn om het zogenaamde geluk te verliezen?
Dus laten we niet vluchten en lijdend ondergaan. Onvoorwaardelijk geloven in het project van de kunst: revolteren tegen de absurde gedachte dat geluk spoorloos is, een slechts tijdelijk fenomeen. De kunst is toch immers op zoek naar het schone, het goede, het Ware.
Waarom dan nog bang zijn om het zogenaamde geluk te verliezen?
Dus laten we niet vluchten en lijdend ondergaan. Onvoorwaardelijk geloven in het project van de kunst: revolteren tegen de absurde gedachte dat geluk spoorloos is, een slechts tijdelijk fenomeen. De kunst is toch immers op zoek naar het schone, het goede, het Ware.
De
waanzin krijgt vaak een negatieve betekenis, hoewel het voor mij een
bewijs is van de wil om te blijven leven. Waanzinnig zijn is niet
onredelijk zijn, maar juist heel goed weten wat je doet. De
kunstenaar zoekt naar zijn absolute waarheid met het volle besef dat
hij deze niet zal vinden. Sisyphus, Tantalus, de Danaïden weten door
het menselijk verlangen ook
niet van ophouden. Zelf
noemt Sam Dillemans zich een wandelend penseel. Zodra hij begint te
tekenen, tast hij zijn rusteloosheid af. Als artiest moet je er
volledig voor gaan, exact op uw doel afgaan, als het ware deel van
het meubilair van
zijn natuurlijke habitat
worden. Daarbij
vergezelt eenzaamheid
de
artiest.
Je
gaat niet mee met de rest maar staat juist boven de tijd. Eens
je uit de comfortzone (omgang met anderen) wordt gehaald, komt de
onverklaarbare grootsheid van
de wereld op
je af. Een gebeuren van onverborgenheid, zou Heidegger het noemen.
In de documentaire zie ik de kunst als het beoefenen van een sport. De boksbal staat voor die eeuwige strijd tussen ideaal en waarheid. Dillemans vecht en zwoegt voor een betere zelfexpressie die zich in zijn kunst moet manifesteren. Deze zelfexpressie is geen kant-en-klare afkooksel van een aantal penseelstreken, maar een levenswerk, zijn plastische droom. Een droom die zich uitstrekt over zijn ganse leven als artiest. Vandaar dat oeuvres of tentoonstellingen vaak meer vertellen dan één enkele kunstwerk op zich. Daarom betreurt Dillemans ten zeerste dat de doorgedreven discipline in de kunstwereld verloren is gegaan en mensen er maar half zijn. We moeten maar alles blijven gelijkstellen, neutraliseren totdat er effectief niets meer overblijft van wat de mens net zo hard kenmerkt. In Dillemans zie ik echter een verheerlijking eerder dan een afstomping of geestelijke vervlakking van onze dystopische onvolmaaktheden. Onze zwaktes kennen geen remedie. Kunst moet pijn kunnen doen, se faire souvenir vergt onvoorwaardelijke inspanning.
In de documentaire zie ik de kunst als het beoefenen van een sport. De boksbal staat voor die eeuwige strijd tussen ideaal en waarheid. Dillemans vecht en zwoegt voor een betere zelfexpressie die zich in zijn kunst moet manifesteren. Deze zelfexpressie is geen kant-en-klare afkooksel van een aantal penseelstreken, maar een levenswerk, zijn plastische droom. Een droom die zich uitstrekt over zijn ganse leven als artiest. Vandaar dat oeuvres of tentoonstellingen vaak meer vertellen dan één enkele kunstwerk op zich. Daarom betreurt Dillemans ten zeerste dat de doorgedreven discipline in de kunstwereld verloren is gegaan en mensen er maar half zijn. We moeten maar alles blijven gelijkstellen, neutraliseren totdat er effectief niets meer overblijft van wat de mens net zo hard kenmerkt. In Dillemans zie ik echter een verheerlijking eerder dan een afstomping of geestelijke vervlakking van onze dystopische onvolmaaktheden. Onze zwaktes kennen geen remedie. Kunst moet pijn kunnen doen, se faire souvenir vergt onvoorwaardelijke inspanning.
De
Nietzscheaanse kunst in hoogste vlucht
Daarnet
zei ik dat de kunst vluchten niet kent, want
zij bevindt zich reeds in de hoogste vlucht. Naar analogie van de
onbewogen beweger, nl. hetgeen
de wereld constant in beweging houdt zonder zelf in beweging gebracht
te worden, transcendeert kunst het tijdelijke. In het christendom
zagen ze God als de onbewogen beweger. Daarom stelt Nietzsche vast
dat de dood
van God het einde van de absolute kunst inleidt. De
mens kan
niet meer geloven in een absolute waarheid en vanuit een metafysische
beschouwing, nl. God is de bron van alles, kunst uitbeelden. Hun
geloof in een godheid stond hen toe de goden en goddelijke fenomenen
te kunnen uitbeelden. Ze
vertrouwden onvoorwaardelijk op de eeuwigheid in de goden. De kunst
in de hoogste vlucht is de absolute kunst.
Al geloven we niet meer in de volmaaktheid van God, het geloof in de absolute kunst zelf kunnen we hooghouden. De onbewogen beweger wordt de kunst zelf. Als wij ons leven zodanig bewust wijden aan een absolute waarheid, wordt dat leven een kunstwerk op zich. Het leven als kunstwerk blijkt een voortdurende bron te zijn van onverborgenheid. Je ligt op je sterfbed en denkt: dat kunstwerk wil ik onvoorwaardelijk opnieuw creëren. Een werkelijkheid creëren hangt af van mijn wil, goed en kwaad hangen af van mijn wil. Als kunst dan op zoek is naar dat schone, goede of het Ware, is mijn wil dat ook.
Al geloven we niet meer in de volmaaktheid van God, het geloof in de absolute kunst zelf kunnen we hooghouden. De onbewogen beweger wordt de kunst zelf. Als wij ons leven zodanig bewust wijden aan een absolute waarheid, wordt dat leven een kunstwerk op zich. Het leven als kunstwerk blijkt een voortdurende bron te zijn van onverborgenheid. Je ligt op je sterfbed en denkt: dat kunstwerk wil ik onvoorwaardelijk opnieuw creëren. Een werkelijkheid creëren hangt af van mijn wil, goed en kwaad hangen af van mijn wil. Als kunst dan op zoek is naar dat schone, goede of het Ware, is mijn wil dat ook.
Slijtage
van het lichaam (Michel
Houellebecq)Zowel bij Nietzsche als bij Dillemans komt de vitaliteit sterk naar boven. De laatste veeg op een blad zal de laatste adem zijn voor Sam Dillemans; de onvoorwaardelijke nietzscheaanse JA voor het leven als absolute waarheid zindert na tot in de eeuwigheid. De lijfelijke toewijding van Dillemans stond geschreven in zijn fragmentarische skeletspieren. Mijn hart huivert bij de gedachte dat je tot aan je dood je leven dusdanig intensiveert dat je lichaam geen stoppen kent. Uw lichaam wordt als het ware de touche, de identificatiemiddel waarmee je uw werk vormgeeft.
Betekent een slijtage van het lichaam (de vitaliteit) dan een slijtage van de kunst?
Deze vraag brengt mij tot de romantische opvatting van de kunst en kunstenaar gebaseerd op de filosofie van Houellebecq. In zijn LEVEN, LIJDEN, SCHRIJVEN|METHODE geeft hij de lezer een handleiding om een goede schrijver, of algemeen bekeken, een goede artiest te zijn. Kort samengevat moet je het leven leiden al lijdende. Ook in de boeken van Houellebecq staat het idee van vergankelijkheid, van de scheiding tussen ideaal en realiteit, het ongelukkige bewustzijn van het ‘ik’ en de buitenwereld, centraal. Wanneer de mens zich bewust wordt van deze onrust en zich in staat stelt deze onvolmaakte menselijkheden te vergoddelijken, vindt hij opnieuw de kracht in het subject en is hij een genie: voor even heeft hij het onbereikbare geluk kunnen proeven. Zijn leven als kunstwerk wordt dan eindelijk een fragment van een gedroomd kunstwerk.
Sam Dillemans vertelt ons dat hij nog steeds in huilen uitbarst wanneer hij het werk van bijvoorbeeld Picasso bij de hand neemt en beseft dat hij nog niet eens half heeft bereikt wat hij feitelijk wilde bereiken. Nochtans zal juist het destructieve van de liefde – hoe simplistisch de huidige romantiek dit begrip ook heeft gemaakt – voor zijn grootmeesters hem voortstuwen totdat hij iets, al is het maar een glimpje, heeft opgevangen van zijn gedroomde kunstwerken. Je moet je eerst klein gevoeld hebben om jezelf groot te kunnen maken.
Ik
concludeer dat een slijtage van het lichaam - ik gebruik hier het
lichaam niet enkel als geldende metafoor voor de fysieke vitaliteit
maar ook de mentale vitaliteit - geenszins een slijtage van de kunst
betekent. Zij is een voorwaarde voor de onvoorwaardelijke ode aan de
onvoorwaardelijkheid.


Reacties
Een reactie posten