Het sublieme is de ware schoonheid

Ik durf voorzichtig de volgende stelling te poneren dat iets enkel subliem kan zijn wanneer het de alledaagsheid ontkent of ontmaskert. Het sublieme is de ware schoonheid.
Onder de kunstfilosofie begrijpt Immanuel Kant het volgende: de vraag naar het wezen van de kunst. Een ding weet ik zeker daarover: had de mens niet bestaan, dan was de kunst er ook niet geweest. Of een kunstwerk schoon of subliem is hangt dus af van de schepper en toeschouwer in kwestie. Als elk menselijk begrip immers subjectief is, zijn onze kenvermogens dat ook. Met andere woorden bestaan er verschillende kenvermogens aangezien iedereen anders denkt. Stel nu dat een artiest iets creëert wat zijn denk- en kenvermogen bevestigt, maar dat van de toeschouwer in wanorde brengt; Stel nu dat de artiest iets creëert wat zijn verbeelding en rede laat overeenstemmen, maar dat van de toeschouwer doet kakofoneren. Hoe kan een kunstwerk dan of schoon of subliem zijn? Kortom, schoonheid valt niet te definiëren.

Symbiose van het schone wordt subliem

Bieke De Poorter heeft letterlijk en figuurlijk werelden voor mij geopend. Zij toont aan dat het kantiaanse haast onverschillige schone – deze prijst namelijk enkel de loutere vorm van een kunstwerk – ook subliem kan zijn. Aan de hand van haar fotoreeks in Egypte tijdens de Arabische Lente, wil ik dit verduidelijken.
  
Oorspronkelijk waren de foto’s die Depoorter in Egypte heeft getrokken, niet voorzien van commentaar. Zij voelde toen dat er iets miste. De foto’s toonde niet wat er echt speelde onder de Egyptische bevolking. Als we de foto’s van Bieke nemen zonder de commentaar, ben ik inderdaad geneigd te zeggen dat dit een voorbeeld is van het kantiaans onverschillige schone: das ne schone foto, fotoke van de schone foto, en we zijn weer weg. Geen belang, geen doel, geen begrip. De loutere vorm.
Bieke is echter teruggegaan en heeft de mensen gevraagd te schrijven wat zij dachten wanneer zij keken naar een welbepaalde portret. De foto’s die nu werden tentoongesteld zijn meer dan dat onverschillige schone. De mensen worden mede-actief aan het kunstwerk en komen zo juist dichter bij de werkelijkheid. Zij leggen aan de hand van hun visie op het leven (het denkvermogen) causale, temporele en ruimtelijke verbanden. En ook nu tijdens de tentoonstelling zelf stond er boek waarin wij onze gedachten over de foto’s konden neerpennen.
Op die manier kunnen we de vier kantiaanse momenten in een esthetisch smaakoordeel van de theorie van het Schone ontkrachten terwijl het juist onze denkvermogens – die het schone horen te bevestigen – zijn die de foto’s subliem maken.

Ten eerste is er geen belangeloos welbehagen. Als toeschouwer voel je de nood eerder dan de dwang iets op te schrijven afhangende van de foto en wat deze bij je oproept. Ten tweede is dit algemeen welbehagen niet zonder begrip. Taal bepaalt eveneens het denkvermogen. Zo kent het Russisch bijvoorbeeld meer woorden voor de kleur blauw waardoor zij de nuances van deze kleur in de realiteit beter zullen kunnen onderscheiden van elkaar dan ons. Ten derde is er een doelmatigheid niet zonder een doel. Meer dan een spel tussen verbeelding met de loutere vorm, wordt er gespeeld met de inhoud. Iedereen schrijft letterlijk en figuurlijk over de gedachtes van anderen. Wie weet geeft een gedachte van een ander de input voor uw gedachte over de foto. Ten laatste vindt er niet noodzakelijk een sensus communis plaats omdat de verschillende denkvermogens tezamen een kunstwerk maken die één algemeen denkvermogen overstijgen en het werk subliem maken. De alledaagsheid van de foto is ontmaskerd: geen schone foto, geen fotoke van de schone foto, en we staan stil.


Reacties

Populaire posts