Menselijke dierentuin
"I
believe you have to be born a director. It's like a child's
adventure: you take the initiative among other children and become a
director, creating a mystery.
You
mould things into shape and create. You torment
people with your "artistismus", the
artistic
delight
- scaring mother and grandmother in the middle of the night. You
dress yourself up like Charlie's Aunt, or as (Hans Christian)
Andersen's heroes. Using feathers from a trunk, you transform
yourself into a rooster or a firebird. This has always preoccupied
me, and that is what directing is."
– Sergej
Paradzjanov en Mikhail Vartanov
Probleemstelling
Zoals ik in mijn vorige blogposts heb gezegd is
het geloof in een absolute waarheid, die de kunst tot uitdrukking
moet kunnen brengen, moeilijker dan ooit geworden. In een
postmoderne samenleving waarin de ‘grote verhalen’ met de ‘grote
meesters’ zijn gesneuveld, dreigt de kunst het onderspit de delven.
De mens staat er alleen voor. Ons zelfbewustwordingsproces is
beëindigd en de algemene machten – de onuitputtelijkheid van het
vrije denkende wezen – verschijnen permanent, worden triviaal. Het schijnen van de
kunst is voorbij. Op welke manier kan de mens dan nog kennis
vergaren? Zelf kunst worden, wat denk je daarvan Hegel?
Wanneer
de kunst er niet meer in slaagt het absolute te representeren, ligt
dat aan de mens. Dan nog vertelt de kunst iets over onszelf. Ze vertelt ons dat we achteruitgaan. Een
zelfbewustwordingsproces kent geen einde, en zo ook de kunst niet.
Wij worden niet meer voldoende opgevoed in onze omgang met kunst en
cultuur en zijn niet in staat dingen te interpreteren. Weinig komt
nog uit een absolute verwondering. We doen het omdat het moet.
Kunst is altijd vierledig: je hebt de kunstenaar, de kunde, het kunstwerk en ten slotte de toeschouwer. Deze laatste moet ook opgevoed worden. Ik zeg het nog maar eens: als de kunst niet wordt beheerst, kan zij ook niet begrepen worden, laat staan een filosofie schrijven over de kunst. Wij hebben ook de nodige input moeten krijgen tijdens onze lessen kunstfilosofie, tijdens buitenschoolse voorstellingen en doorheen onze samenwerking met De!Kunsthumaniora. Sam Dillemans spreekt over het gevaar van ‘geprogrammeerd kijken naar kunst’. We hangen op vrije momenten de kunstcriticus uit, gaan naar musea, voorstellingen, concerten, opera’s, enzovoorts. Maar voelen we dan ook effectief de kunst? Wordt ons anima minima nog geraakt door onze zintuiglijke waarneming of zien we enkel wat we willen zien? Zijn wij bang geraakt te worden door iets dat buiten onszelf staat, dat ons tot slaaf maakt, dat ons dwingt uit ons cocon te stappen en een onbehagen te voelen? Te voelen dat wij tijdelijk zijn? ‘Zijt ge gelukkig?’, vraagt Maxime Waladi. Wat antwoord je dan?
Kunst is altijd vierledig: je hebt de kunstenaar, de kunde, het kunstwerk en ten slotte de toeschouwer. Deze laatste moet ook opgevoed worden. Ik zeg het nog maar eens: als de kunst niet wordt beheerst, kan zij ook niet begrepen worden, laat staan een filosofie schrijven over de kunst. Wij hebben ook de nodige input moeten krijgen tijdens onze lessen kunstfilosofie, tijdens buitenschoolse voorstellingen en doorheen onze samenwerking met De!Kunsthumaniora. Sam Dillemans spreekt over het gevaar van ‘geprogrammeerd kijken naar kunst’. We hangen op vrije momenten de kunstcriticus uit, gaan naar musea, voorstellingen, concerten, opera’s, enzovoorts. Maar voelen we dan ook effectief de kunst? Wordt ons anima minima nog geraakt door onze zintuiglijke waarneming of zien we enkel wat we willen zien? Zijn wij bang geraakt te worden door iets dat buiten onszelf staat, dat ons tot slaaf maakt, dat ons dwingt uit ons cocon te stappen en een onbehagen te voelen? Te voelen dat wij tijdelijk zijn? ‘Zijt ge gelukkig?’, vraagt Maxime Waladi. Wat antwoord je dan?
Le
chicon
De
rol van het publiek wordt vaak onderschat. Onze houding en aandacht
zijn zo evident geworden, dat wij ervan terugschrikken wanneer deze
in vraag worden gesteld. Zo kan ik mij herinneren dat ik het erg
ongewoon vond om tijdens een voorstelling naar de werken van
Tsjechow, Olga, in de bibliotheek Permeke, mee in de plenaire vergadering
omtrent het al dan niet verkopen van een vakantiehuis, te moeten
zitten alsof ik één van de acteurs was. Ook mijn stem telde toen.
Nog een ander voorbeeld is de plaatsbepaling van een voorstelling. In
de meeste gevallen zit het publiek en staat de artiest/performer voor
ons, al dan niet op een podium. Ik herinner mij dat eveneens in de
bibliotheek Permeke het dichterscollectief Dichtatuur
een voorstelling hield ter
ere van de vrijheid: vrijheidsstrijd.
Op het voorvlak waar de dichters zich bevonden, stonden aan
weerszijden ook stoelen. Natuurlijk denk je dan als toeschouwer dat je
het voorvlak niet mag betreden en dus niet op die stoelen mag gaan zitten. De dichters zelf stelden later de
vraag en betreurden in hun ode aan de vrijheid het feit dat niemand
op specifiek die stoelen was gaan zitten.
Dezelfde vraag stelde Maxime Waladi zich: hoe betrek ik het publiek bij mijn verhaal? Ik
merk dat ik meer en meer belangstelling toon tegenover artiesten die
helemaal opgaan in hun kunst. Maxime Waladi is voor mij één van de
voorbeelden daarvan: kunst is lang nog niet voorbij. Steeds opnieuw
probeert de kunst zich af te spiegelen aan de werkelijkheid. Zolang
de wereld draait, zal de kunst draaien. De manier waarop Maxime op
zoek is naar zijn wortels tussen de witloofgewassen, naar zijn
wortels in vader en moeder, houdt mij in de ban. Het proces van het
koken is het proces van zelfbewustwording. Je snijdt, je mengt, je
gooit weg, je verteert, je creëert. Daarbij is een helpende hand
volkomen welkom. Ja, lang leve de helpende handen. Tot in den treure
veracht ik de domesticatie van alledaagsheid.


Reacties
Een reactie posten